De kinderopvang is de afgelopen vijf jaar beter en veiliger geworden. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de evaluatie van de aanbevelingen van de commissie Gunning, uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op dit moment maken zo’n 680.000 kinderen gebruik van kinderopvang.

De Inspectie van het Onderwijs heeft vastgesteld dat bijna alle kinderopvangvoorzieningen zijn bezocht voor een jaarlijkse inspectie. Driekwart van alle locaties voldoet volledig aan de regels. De afgelopen vijf jaar is er veel gedaan om kinderopvang veiliger te maken en dat is volgens het onderzoek gelukt. Nieuwe medewerkers kunnen pas aan de slag als ze een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. Daarna worden alle vaste medewerkers in de kinderopvang continu gescreend op strafbare feiten. Bij de invoering van het personenregister gaat dit ook voor tijdelijke medewerkers gelden.

Het vier-ogen-principe is op de kinderopvang ingevoerd. Dit houdt in dat medewerkers altijd gezien of gehoord moeten kunnen worden tijdens hun werk. Ook zijn er al een meldcode en een meldplicht bij vermoedens van geweld of misbruik.

De kwaliteit is omhoog gegaan door betere opleidingen van de medewerkers. Om de kwaliteit in de toekomst nog verder te verbeteren is met de branche een akkoord gesloten: Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Daarin is afgesproken dat de kwaliteit van de kinderopvang en van de peuterspeelzalen verder omhoog moet. Er komen extra kwaliteitseisen met meer aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen. Aan peuterspeelzalen worden in de toekomst strengere kwaliteitseisen gesteld, dezelfde als aan kinderopvang.

Voor ouders die willen weten hoe goed de kinderopvang is, komt er naast het al bestaande inspectierapport een onafhankelijk, openbaar en toegankelijk kwaliteitsoordeel. De GGD gaat dat ontwikkelen, samen met ouders en vertegenwoordigers van de kinderopvang.