Hoe kan de gemeenteraad van Dordrecht lering trekken uit het faillissement van de Stichting ToBe? Dat is de hoofdvraag van een onderzoek naar de handelswijze van de Stichting ToBe van de raad dat deze week is afgerond. Het onderzoek heeft acht aanbevelingen opgeleverd die vergelijkbare situaties in de toekomst moeten voorkomen.

In de loop van 2014 werd duidelijk dat er financiële problemen waren bij ToBe Cultuurcentrum. Deze stichting was de uitvoerder van de cultuureducatie voor Dordrecht en 9 andere gemeenten. Voorafgaand aan deze periode heeft de Raad van Toezicht van deze stichting publiekelijk uitgesproken de situatie onder controle te hebben. Dit is voor de gemeenteraad aanleiding geweest een onderzoek in te stellen.

Op 29 september 2015 nam de gemeenteraad van Dordrecht de motie ‘Publieke Gerechtigheid’ aan. Daarmee besloot de raad tot het laten uitvoeren van een raadsonderzoek naar het functioneren van het bestuur en de Raad van Toezicht van Stichting ToBe in de periode 2010-2015. KPMG heeft van de raad opdracht gekregen tot het uitvoeren van een feitenonderzoek. Daarin zijn betrokken de Raad van Bestuur, de Raad van Toezicht van ToBe en andere belangrijks actoren, waaronder de gemeente Dordrecht en de accountant van ToBe. Het feitenonderzoek heeft 8 aanbevelingen opgeleverd waarmee vergelijkbare situaties in de toekomst kunnen worden voorkomen.

De onderzoekscommissie van de raad, bestaande uit de heren Reumers, Stam, Van Verk en mevrouw Mous (na vertrek van de heer Heijkoop) biedt het rapport en de aanbevelingen ter bespreking aan aan de gemeenteraad. De bespreking in de adviescommissie Bestuur en Middelen is gepland op 29 november aanstaande. De vraag zal daarbij zijn welke politieke betekenis moet worden gegeven aan de constateringen in het onderzoek.